Luik voor een weekendje weg: wat je er doet en hoe je er met de trein komt

Inhoudsopgave
Wanneer je gaat
Van 27 november tot en met 29 december 2026 staat in het centrum het Village de Noël, volgens NS International de oudste kerstmarkt van België, met meer dan tweehonderd kraampjes op Place Saint-Lambert en Place du Marché. Er is een ijsbaan en een reuzenrad, en het dorp heeft traditiegetrouw een eigen burgemeester. Wil je de stad zonder die drukte zien, ga dan in november voor de opening. Luik heeft ook zonder kerstlichtjes genoeg te bieden, en een weekend in het voorjaar is net zo goed.
Zondag is de beste dag om er te zijn. Dan staat langs de Maas, op de kade La Batte, een van de oudste en langste markten van Europa, met groente, kaas, kleding en alles daartussen. Ga ’s ochtends, dan is het er het levendigst.
Wat je er doet
Begin bij het station. Liège-Guillemins, ontworpen door de Spaanse architect Santiago Calatrava, is een enorme overkapping van wit staal en glas en wordt volgens NS International bezocht door architectuurliefhebbers uit de hele wereld. Het historische centrum ligt op ongeveer twintig minuten lopen. Neem de wandeling, want je loopt langs de Maas en ziet de stad openvallen.
Het bekendste uitzicht van Luik verdien je met je benen. De Montagne de Bueren is een trap van 374 treden die vanuit de binnenstad recht omhoog loopt naar de oude citadel. Boven kijk je uit over de daken, de kerken en de rivier.
Voor een regenmiddag heeft Luik musea genoeg, van het Aquarium-Museum aan de Maas tot La Boverie, een kunstmuseum in een park op het eiland tussen de Maas en de Ourthe. Het Grand Curtius, langs de kade, is het museum voor de kunst en geschiedenis van de stad en de regio.
En dan het eten, waar Luik in een weekend het meest verrast. Bestel boulets à la liégeoise, grote gehaktballen in een zoetige saus met stroop, met frieten. Eet een gaufre de Liège, de wafel met parelsuiker die in Nederland vaak een flauwe kopie is, en neem in het oude centrum een glaasje pékèt, de jenever van de streek. Voor een avondje uit zijn de cafés in de straatjes rond de Place du Marché de plek, met minder toeristen dan je in Maastricht gewend bent.
Hoe je er met de trein komt
De snelste route vanuit het zuiden van het land loopt via Maastricht. Je neemt de intercity naar Maastricht en stapt daar over op de Belgische trein naar Liège-Guillemins, die er ongeveer een half uur over doet. Vanuit de Randstad kan het ook via België. Volgens NS International reis je met de Eurocity Direct of de EuroCity naar Antwerpen of Brussel en stap je daar over op een trein naar Luik. Met de Eurostar ga je naar Brussel en neem je daar de binnenlandse trein.
Kijk voor vertrek even in de reisplanner. Op het traject tussen Maastricht en Luik wordt geregeld gewerkt, en dan rijden er bussen in plaats van treinen. Een weekendtas is genoeg, want je loopt vanaf het station naar je hotel en de stad is goed te voet te doen, al moet je wel van trappen houden. Zet goede schoenen bovenaan je paklijst, de straten zijn steil en de keien glad als het regent.
Wie meer wil zien, combineert Luik met een tweede stad in de buurt. Maastricht ligt op een half uur sporen, en met de kerstmarkt in Aken en de musea en jenever van Hasselt heb je in deze hoek van Europa genoeg voor een lang weekend in drie landen.





