Home / Artikelen

Najaarswandelen in de bergen en de schoenen die je daarvoor meeneemt

September en oktober zijn misschien wel de mooiste maanden om in de bergen te wandelen. De zomerdrukte is weg, de lucht is helderder en de lariksen kleuren in de Alpen langzaam goud. Je hebt de paden vaker voor jezelf en in de dalen zijn de pensions weer betaalbaar en rustig.
Wandelaar op een bergpad in de Alpen tussen gele lariksen in de herfst
Inhoudsopgave

Toch vraagt een najaarswandelvakantie om een andere voorbereiding dan een tocht in juli. De dagen zijn korter, de ochtenden kouder en een pad dat in augustus stoffig was, kan nu nat en glad zijn. Wat je aan je voeten hebt, maakt in deze maanden meer verschil dan in welk ander seizoen ook. In dit stuk zetten we op een rij waar je op let als je dit najaar de bergen in gaat, en waarom je schoenen daarbij de eerste keuze zijn.

Waarom het najaar in de bergen anders loopt

Het grootste verschil met de zomer zit in het licht en de temperatuur. Eind september is het rond zeven uur donker, dus een tocht van acht uur moet je echt vroeg beginnen. Op de hoger gelegen paden kan het ’s nachts vriezen, en wie om acht uur vertrekt, loopt het eerste uur over berijpte stenen en bevroren graspollen. Pas tegen de middag wordt het zachter.

Daarnaast gaan veel berghutten in de loop van september of begin oktober dicht. Een huttentocht plannen kan nog, maar je moet beter opletten welke hutten open zijn en waar een winterruimte is. Weersomslagen komen sneller en een bui op tweeduizend meter kan in oktober zomaar natte sneeuw zijn. Voor wie het voor het eerst doet, heeft de bergsportbond NKBV veel uitleg over bergwandelen en tochtenplanning, van routekeuze tot materiaal. Dat is geen overbodige luxe, want de meeste problemen in de bergen ontstaan niet door pech maar door een plan dat niet bij het seizoen past.

Ons advies is om in het najaar wat lager en wat korter te plannen dan je in de zomer zou doen. Een route die in juli een stevige dag is, kan in oktober te lang zijn voor het daglicht dat je hebt.

Middelhoge wandelschoenen op berijpte stenen op een bergpad in de vroege ochtend

Wat een bergschoen anders doet dan een gewone wandelschoen

Een lage wandelschoen is prima op een vlak pad of een stedentrip met veel kilometers. In de bergen loop je anders. Je stapt op losse stenen, je daalt af over wortels en treden, en je voet landt zelden recht. Daar heb je drie dingen nodig die een gewone schoen minder goed biedt, namelijk steun rond de enkel, een zool die niet doorbuigt op een scherpe steen en bescherming aan de voorkant van je voet.

Juist in het najaar komt daar een vierde bij. Natte paden en ochtenddauw betekenen dat je schoen de hele dag water tegen moet houden zonder dat je voeten van binnen nat worden van zweet. Een waterdicht en ademend membraan is in deze maanden dus geen extraatje meer. Kijk je bijvoorbeeld naar de bergschoenen voor dames met een stevige enkelsteun bij KEEN, dan zie je vooral middelhoge modellen met een waterdicht membraan, een rubberen neus tegen stoten en een profielzool met grove noppen. Bij de Targhee is de zool zonder lijm aan de schoen bevestigd, wat helpt als je schoenen jaren mee moeten. Er zitten zowel leren als lichtere modellen van mesh en suède tussen, in rustige kleuren als bruin en grijs maar ook in rood, roze en blauw.

Eén kanttekening die we eerlijk willen maken. Dit soort middelhoge schoenen is gemaakt voor wandelpaden, huttentochten en de rotsige stukken die daarbij horen. Ga je over gletsjers of wil je stijgijzers onderbinden, dan heb je een veel stuggere categorie bergschoen nodig. Voor de meeste wandelvakanties in het najaar is dat niet aan de orde, en dan loop je op een lichtere schoen een stuk prettiger.

Waarom een damesmodel geen marketingtruc is

Je hoort soms dat een damesschoen gewoon een kleinere herenschoen in een andere kleur is. Bij goede bergschoenen klopt dat niet. Vrouwenvoeten hebben gemiddeld een smallere hiel en een lager volume over de wreef. Een schoen die daar niet op gemaakt is, laat je hiel bij elke stap een paar millimeter omhoog schuiven. Op een dagwandeling merk je dat nauwelijks, maar na een afdaling van duizend hoogtemeters heb je er een blaar van.

Pas daarom altijd aan het eind van de middag, als je voeten iets zijn uitgezet. Neem de sokken mee die je in de bergen draagt. Wij lopen zelf graag op wandelsokken met merinowol, zoals die van Sockwell, omdat ze warm blijven als ze vochtig worden en na een lange dag nog netjes om je voet zitten. Met een dunne katoenen sok in de winkel voelt een schoen anders dan met een dikke wandelsok op het pad.

Let bij het passen vooral op je tenen bij het dalen. Zoek in de winkel een schuine plank of trap op en loop een paar keer naar beneden. Stoten je tenen tegen de voorkant, dan is de schoen te kort of zit hij niet vast genoeg rond je enkel.

Inlopen voor je vertrekt

Nieuwe bergschoenen trek je niet voor het eerst aan op de dag dat je de berg op gaat. Ook al zijn moderne schoenen veel soepeler dan de stijve leren modellen van vroeger, je voet moet aan de vorm wennen. Zo pakken wij het aan.

  1. Draag ze de eerste week thuis en bij korte boodschappen, een uur per keer.
  2. Maak daarna twee of drie wandelingen van een uur of twee, het liefst met een paar hellingen of trappen erin.
  3. Loop minstens één keer met de rugzak die je meeneemt, met ongeveer het gewicht dat je op vakantie draagt.
  4. Let op plekken die rood worden. Dat zijn de plekken die je in de bergen tapet voordat je vertrekt.
  5. Strik de veters bij het dalen iets strakker dan bij het klimmen, zodat je voet niet naar voren schuift.

Wie het inlopen overslaat, merkt het meestal op dag twee. Over schoenen die je hele dagen draagt schreven we eerder al wat podologen zeggen over kilometers lopen op een stedentrip, en veel van dat advies geldt in de bergen nog sterker.

Ingepakte koffer met fleece, regenjas, wandelsokken en muts voor een wandelvakantie in de bergen

Wat er verder in de koffer gaat

Een najaarswandelvakantie vraagt om laagjes. Overdag kan het in de zon warm genoeg zijn voor een T-shirt, terwijl je op een bergkam in de wind een muts wilt. Dit nemen wij standaard mee.

  • Een dunne fleece of wollen trui als middelste laag
  • Een regenjas die ook winddicht is, met een capuchon die over een muts past
  • Handschoenen en een muts, ook als de weersverwachting mild is
  • Een hoofdlamp, omdat je in oktober sneller in het donker terugkomt dan gepland
  • Reservesokken in de rugzak, zodat je na een natte ochtend kunt wisselen

Denk ook aan schoenen voor de avond. Na een dag in bergschoenen wil je je voeten in iets anders steken, en je bergschoenen moeten ’s nachts kunnen drogen. Een paar leren boots of sneakers, bijvoorbeeld van Lazamani, is in een bergdorp net zo goed op zijn plek als in de stad en neemt in de koffer weinig extra ruimte in als je ze onderweg draagt.

Waar je dit najaar naartoe kunt

In de Alpen zijn Tirol en Zuid-Tirol in oktober op hun mooist, met gele lariksen en een groot aanbod aan paden die je vanuit het dal kunt lopen. De Pyreneeën zijn rustiger en iets warmer. Wil je juist de warmte opzoeken, dan zijn de Atlantische eilanden een goede keuze. Op Madeira en Tenerife wandel je in november nog in een aangename temperatuur, al kun je ook daar op één dag van zomer naar winter lopen. In ons stuk over wandelen op Tenerife in het najaar lees je wat je daar meeneemt voor de hogere delen van het eiland.

Waar je ook heen gaat, begin met een kortere tocht op de eerste dag. Je benen moeten wennen aan het klimmen en je ziet meteen of je schoenen en sokken samen goed werken. Dan heb je de rest van de week om de mooie routes te lopen, met voeten die het volhouden.

Redactie Reizen & Vakantie

Lees meer over onze redactie en werkwijze.