Wenen in november: koffiehuizen, musea en de eerste kerstmarkten

Inhoudsopgave
Hieronder lees je wat je er in november doet, wanneer de kerstmarkten beginnen en hoe je er vanuit Nederland komt, met de trein of met het vliegtuig.
Koffiehuizen als uitvalsbasis
Het Weense koffiehuis is geen café waar je snel een kop koffie haalt. Je gaat zitten, bestelt een melange of een einspänner, en niemand verwacht dat je na een halfuur weer opstaat. Bij de koffie krijg je een glas water, en dat glas wordt bijgevuld zolang je blijft. De koffiehuiscultuur van Wenen staat op de Oostenrijkse lijst van immaterieel erfgoed van UNESCO, en als je er een middag hebt gezeten, snap je waarom.
De beroemde adressen, zoals Café Central met zijn gewelfde plafonds en Café Sacher met de taart waar het naar is genoemd, hebben vaak een rij voor de deur. Dat is de moeite waard als je ze een keer wilt zien. Wie gewoon wil zitten, heeft meer aan de koffiehuizen die wat minder in de reisgidsen staan, zoals Café Sperl in de buurt van het Naschmarkt of Café Hawelka in een zijstraat van de Graben. Daar is het donkerder, rommeliger en eigenlijk gezelliger. In november, als het buiten miezert, is een koffiehuis de beste plek om je dag te plannen.
Musea voor de grijze dagen
Wenen heeft meer musea dan je in een week ziet, dus kiezen is nodig. Een paar die bijna iedereen de moeite waard vindt, op een rij.
- Het Kunsthistorisches Museum, met een grote collectie oude meesters, waaronder een hele zaal met werk van Bruegel. Het gebouw zelf is al een bezoek waard.
- Het Belvedere, het paleis waar De kus van Gustav Klimt hangt. Combineer het met een wandeling door de tuinen tussen het boven- en het benedenpaleis.
- Het MuseumsQuartier, een cluster van musea rond een plein, met onder meer het Leopold Museum voor Klimt en Egon Schiele.
- De Albertina, voor tekeningen, grafiek en wisselende tentoonstellingen van moderne kunst.
- Paleis Schönbrunn, het zomerpaleis van de keizers, aan de rand van de stad. In november is het park kaal, maar de vertrekken binnen maken dat goed.
Mijn advies is om er niet meer dan één groot museum per dag te doen. Het zijn enorme gebouwen en na een paar uur zie je niets meer. Een ochtend in een museum en een middag in de stad en een koffiehuis werkt beter.
Wie ’s avonds iets wil doen, kan naar de Staatsoper. Naast de gewone kaarten verkoopt de opera staanplaatsen, waarmee je voor weinig geld een voorstelling ziet als je bereid bent te staan. Er zijn ook genoeg concerten in kerken en kleinere zalen, zeker in de aanloop naar december.
Wanneer de kerstmarkten opengaan
De grootste en bekendste kerstmarkt van Wenen is de Wiener Christkindlmarkt op het Rathausplatz, voor het stadhuis. Volgens de organisatie is die in 2026 open van 13 november tot en met 26 december, elke dag van tien uur ’s ochtends tot tien uur ’s avonds, en op kerstavond tot half zeven. Op hetzelfde plein ligt een schaatsbaan die tot begin januari open blijft. Kijk voor de actuele tijden op de site van de Wiener Christkindlmarkt.
De markt op het Rathausplatz is ook de drukste. Op vrijdag- en zaterdagavond is het er schuifelen, en de kraampjes zijn voor een deel gericht op toeristen. Wie het rustiger wil, gaat doordeweeks of overdag, of zoekt een van de kleinere markten op, zoals die in de straatjes van Spittelberg of die voor paleis Schönbrunn. Die openen meestal ook in de tweede helft van november, maar de data verschillen per markt, dus kijk dat na voordat je boekt.
Het mooie van half november is dat je beide kanten van de stad meekrijgt. In de eerste dagen van je reis is het nog herfst, met de musea en koffiehuizen. Als de markten opengaan, ruikt het in de binnenstad ineens naar glühwein en geroosterde kastanjes. Wie in de tweede helft van november gaat, is er vroeg bij en vermijdt de drukte van de decemberweekenden. Ik zou het weekend van de opening zelf overslaan en een paar dagen later gaan.
Met de trein of het vliegtuig naar Wenen
Wenen is een van de weinige grote steden die je vanuit Nederland met een rechtstreekse nachttrein bereikt. De Nightjet van de Oostenrijkse spoorwegen vertrekt ’s avonds uit Amsterdam en komt de volgende ochtend aan in Wenen. Je kiest tussen een zitplaats, een ligrijtuig en een slaapcabine. Het is geen goedkope manier van reizen als je comfortabel wilt slapen, maar je verliest geen dag aan het reizen en je stapt midden in de stad uit. Kaartjes zijn in de periode voor de kerstmarkten snel weg, dus boek op tijd.
Vliegen gaat sneller. Er zijn rechtstreekse vluchten vanaf Schiphol, en vanaf de luchthaven Wien Schwechat ben je met de trein in een kwartier tot een halfuur in de stad. Wie met handbagage reist, merkt in november wel dat een winterjas en laarzen ruimte innemen. Draag de dikste kleren gewoon aan boord.
In de stad heb je geen auto nodig. Het openbaar vervoer van Wenen is uitstekend, met metro, trams en bussen die tot laat rijden. Een kaart voor een of meer dagen is handiger dan losse kaartjes.
Voor wie is Wenen in november
Wenen in november is niets voor wie zon en terrassen zoekt. Het is koud, het is vaak grijs en het wordt vroeg donker. Maar voor een stedentrip waar je binnen net zoveel doet als buiten, is het een van de beste keuzes in Europa. Je kunt het ook prima combineren met een andere stad in de buurt, zoals Bratislava, dat met de trein ongeveer een uur verderop ligt.
Twijfel je nog tussen twee kerststeden, dan schreven we eerder over Krakau in november, een kleinere en rustigere stad die net zo goed werkt vlak voor de kerstmarkten beginnen. Wenen is groter, chiquer en meer een stad om in te verdwalen tussen paleizen en musea. Neem er drie of vier dagen voor, dan heb je tijd voor een paar musea, een paar koffiehuizen en een avond op de kerstmarkt.





