Sevilla in oktober: warm, minder druk en het beste seizoen voor de stad

Inhoudsopgave
Waarom oktober de beste maand is
Het grote voordeel is dat je de hele dag kunt gebruiken. In de zomer plannen mensen hun bezoek aan het Alcázar om negen uur ’s ochtends en verdwijnen ze daarna tot de avond. In oktober kun je gewoon om twee uur ’s middags door de steegjes van Santa Cruz slenteren zonder dat het zwaar voelt. De kans op regen is klein, al kan er in de tweede helft van de maand af en toe een bui vallen.
De stad is bovendien minder vol. De schoolvakanties in Spanje zijn voorbij, en de grote piek van voorjaar en zomer is uitgebleven. Dat merk je vooral bij de toppers, waar de rijen korter zijn. Houd wel rekening met 12 oktober, de Spaanse nationale feestdag. Dan zijn veel winkels dicht en is het in de stad drukker met Spaanse bezoekers.
Wat je er doet
Sevilla is compact genoeg om bijna alles te voet te doen. Dit zijn de plekken die ik bij een eerste bezoek niet zou overslaan.
- Real Alcázar. Het koninklijk paleis met zijn Moorse zalen en enorme tuinen is het hoogtepunt van de stad. Koop je kaartje vooraf online, want ook buiten het hoogseizoen zijn de tijdsloten snel weg.
- De kathedraal en de Giralda. Een van de grootste gotische kerken ter wereld, met de voormalige minaret als klokkentoren. Via een hellingbaan in plaats van trappen loop je naar boven, en het uitzicht over de daken is de klim meer dan waard.
- Plaza de España en het María Luisapark. Het halfronde plein met zijn tegelbanken per Spaanse provincie is het meest gefotografeerde plekje van de stad. In het park ernaast vind je in oktober nog volop schaduw en rust.
- Triana. De wijk aan de overkant van de Guadalquivir is de wieg van de flamenco en de keramiek. Loop over de brug, bezoek de overdekte markt en eet tapas in een van de bars aan de kade.
- Metropol Parasol. De houten overkapping in de oude stad, door de inwoners Las Setas genoemd, heeft een wandelpad op het dak. Kom tegen zonsondergang, dan kleurt de stad oranje.
Wil je flamenco zien, kies dan voor een kleine voorstelling in een zaal van hooguit een paar tientallen stoelen in plaats van een groot diner met show. De afstand tot de dansers maakt het verschil.
Eten zoals in Sevilla
Het ritme is anders dan thuis, en het loont om daar in mee te gaan. Lunch begint pas rond twee uur, en voor het avondeten gaan veel Sevillanen niet voor half tien de deur uit. Wie om zes uur een restaurant zoekt, vindt vooral lege zalen of toeristenmenu’s. Mijn tip is om ’s avonds van bar naar bar te gaan en overal een of twee tapas te bestellen. Denk aan spinazie met kikkererwten, salmorejo, gebakken vis of een plakje jamón. Zo proef je veel en zie je meteen verschillende buurten.
Hoe je er komt
Vanaf Schiphol vlieg je in ongeveer drie uur rechtstreeks naar Sevilla, onder meer met Transavia. Vanaf het vliegveld rijdt een bus naar het centrum, en de rit duurt ongeveer een halfuur. Een huurauto heb je in de stad zelf niet nodig, eerder tot last, want het centrum is een doolhof van smalle straatjes. Wil je daarnaast Córdoba of Cádiz zien, dan ben je met de snelle trein vanaf station Santa Justa net zo snel.
Voor een eerste kennismaking zou ik drie of vier nachten nemen. Dat is genoeg voor de toppers, een middag Triana en een avond flamenco, zonder dat je je hoeft te haasten.
Wat er in je koffer moet
Voor een stedentrip naar Sevilla in oktober heb je genoeg aan handbagage. Neem luchtige kleding voor overdag en een dun vest of jasje voor de avond, want na zonsondergang koelt het merkbaar af. Goede, comfortabele schoenen zijn belangrijker dan wat ook, want je loopt veel op kinderkopjes en gladde tegels. Neem voor het bezoek aan de kathedraal iets mee waarmee je je schouders bedekt. Een zonnebril en zonnebrand horen er ook in oktober nog bij.
Twijfel je nog tussen Spanje en Portugal voor een herfsttrip, kijk dan ook eens naar Lissabon in oktober. Beide steden zijn in deze maand op hun best, maar Sevilla is net iets warmer en een stuk vlakker. Actuele openingstijden en evenementen vind je bij het toeristenbureau van Sevilla.


